ECLI:NL:RBMNE:2024:69
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering WW-uitkering wegens onvoldoende informatie over werkzaamheden
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening en intrekking van zijn WW-uitkering door het Uwv, omdat hij onvoldoende informatie had verstrekt over zijn werkzaamheden bij de orthodontiepraktijk van zijn oom. Het Uwv stelde dat zonder deze informatie het recht, de hoogte en duur van de uitkering niet vastgesteld konden worden, waarna het de uitkering herzag en terugvorderde.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden van eiser op geld waardeerbare activiteiten betreffen, ook al ontving hij slechts een kleine onkostenvergoeding. Eiser kon geen consistente en controleerbare gegevens over de omvang van zijn werkzaamheden overleggen, ondanks herhaalde verzoeken van het Uwv. Hierdoor was het voor het Uwv niet mogelijk om de uitkering schattenderwijs vast te stellen.
Verder werd geoordeeld dat de werkzaamheden niet als vrijgestelde werkzaamheden konden worden beschouwd, omdat de omvang ervan niet duidelijk was, ook niet in de periode voorafgaand aan de werkloosheid. Het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel werden niet geschonden, omdat eiser onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn werkzaamheden en het Uwv geen onvoorwaardelijke toezegging had gedaan.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat er geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering, ondanks de financiële gevolgen voor eiser. De terugvordering was proportioneel en in lijn met de wettelijke bepalingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser moet het ontvangen bedrag van € 2.400,51 terugbetalen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering van € 2.400,51.