ECLI:NL:RBMNE:2024:7090
Rechtbank Midden-Nederland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over vaststelling beslagvrije voet bij eiser zonder woonadres
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de vaststelling van de beslagvrije voet van eiser, die geen vast woonadres maar een briefadres heeft, door het UWV per 1 juli 2022 en 1 januari 2023.
In een eerdere tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat het UWV ten onrechte geen toepassing had gegeven aan artikel 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waardoor de beslagvrije voet opnieuw moest worden berekend. Het UWV heeft daarop per 1 januari 2023 de beslagvrije voet aangepast, maar heeft nagelaten dit ook voor 1 juli 2022 te doen.
De rechtbank stelt vast dat het gebrek voor 1 januari 2023 is hersteld, maar voor 1 juli 2022 niet. Daarom geeft de rechtbank het UWV zes weken de tijd om ook de beslagvrije voet per 1 juli 2022 opnieuw te berekenen met toepassing van artikel 475e Rv. De rechtbank zal vervolgens zonder nieuwe zitting een einduitspraak doen, waarbij partijen nog gelegenheid krijgen om te reageren op het herstel.
Er wordt geen beslissing genomen over proceskosten of griffierecht en hoger beroep is nog niet mogelijk tegen deze tussenuitspraak, maar kan worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: Het UWV krijgt zes weken de tijd om de beslagvrije voet per 1 juli 2022 opnieuw te berekenen met toepassing van artikel 475e Rv.