ECLI:NL:RBMNE:2024:7290

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
3 januari 2025
Zaaknummer
UTR 24/4504
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 6:13 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar tegen standplaatsvergunning

Eiseressen hebben bezwaar gemaakt tegen de aan een derde verleende standplaatsvergunning voor de verkoop van mediterrane snacks aan een straat in een plaats. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn op dit bezwaar beslist.

Na een ingebrekestelling door eiseressen op 10 juni 2024, heeft het college alsnog geen besluit genomen binnen twee weken, waardoor het beroep wegens niet tijdig beslissen is ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het college alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen.

De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het college de beslistermijn overschrijdt. Tevens moet het college het griffierecht van €371 en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiseressen betalen, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en de lichte aard van de zaak.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op 18 december 2024 door rechter J. Wolbrink. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4504

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2024 in de zaak tussen

[eiseres 1] en [eiseres 2] , uit [vestigingsplaats] , eiseressen

(gemachtigde: mr. J.S. Haakmeester),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats]

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseressen hebben ingesteld, omdat het college niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van eiseressen van 8 februari 2024 tegen de aan een derde verleende standplaatsvergunning ten behoeve van de verkoop van mediterrane snacks aan de [straat] in [plaats] .
2. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.

Beoordeling door de rechtbank

3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een bezwaar, kan de bezwaarmaker daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de bezwaarmaker een ingebrekestelling aan het college sturen. Dat betekent dat de bezwaarmaker per brief aan het college laat weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn bezwaar. Als het college na die twee weken nog steeds geen besluit heeft genomen, dan kan de bezwaarmaker beroep instellen wegens niet tijdig beslissen. [1]
4. Eiseressen hebben hun bezwaar ingediend op 8 februari 2024. Het college moet binnen twaalf weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken. [2] De termijn waarbinnen het college moet beslissen is inmiddels voorbij. Op 10 juni 2024 hebben eiseressen het college in gebreke gesteld. Het college heeft verzuimd om binnen twee weken na de ingebrekestelling een besluit op het bezwaar van eiseressen te nemen.
5. Omdat het college nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. Het college moet binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak een besluit op het bezwaar van eiseressen nemen. [3] De rechtbank bepaalt dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden tot een maximum van € 15.000,-. [4]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. [5] Dat betekent dat eiseressen gelijk krijgen. Het college moet binnen twee weken na de verzending van deze uitspraak een besluit nemen.
7. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseressen vergoeden en krijgen eiseressen ook een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Het college moet deze vergoeding betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseressen een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hun een beroepschrift in te dienen. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,5 omdat deze zaak van licht gewicht is. [6] Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden en eenvoudig van aard is. Er wordt een proceskostenvergoeding van
€ 437,50,- toegekend. [7] Verder zijn er geen kosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt het college op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat het college aan eiseressen een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • bepaalt dat het college het griffierecht van € 371,- aan eiseressen moet vergoeden;
  • veroordeelt het college tot betaling van € 437,50,- aan proceskosten aan eiseressen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb.
3.Dit staat in artikel 8:55d, lid 1, van de Awb.
4.Dit staat in artikel 8:55d, lid 2, van de Awb.
5.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Awb.
6.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.
7.Dit volgt uit het Besluit proceskosten bestuursrecht.