De officier van justitie heeft bij verzoekschrift een zorgmachtiging aangevraagd op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1997. Het verzoek omvat verschillende vormen van verplichte zorg, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, onderzoek aan kleding of lichaam, en opname in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 september 2024 was betrokkene niet aanwezig, ondanks pogingen van de rechtbank om hem telefonisch te bereiken. De advocaat van betrokkene was niet in staat om namens hem te spreken en de officier van justitie was afwezig. De casemanager gaf aan dat betrokkene voornemens was om zelf naar de rechtbank te komen.
Gezien het ontbreken van betrokkene en de wens van de rechtbank om hem alsnog te horen, is besloten de zorgmachtiging toe te kennen voor de duur van één maand, tot 23 oktober 2024. Het overige verzoek wordt aangehouden en de mondelinge behandeling zal op een later tijdstip worden voortgezet. De verplichte zorg zal aanvankelijk ambulant worden toegepast, met mogelijkheid tot klinische toepassing indien noodzakelijk.