Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Inleiding
Korte beschrijving van de zaak
De kern van de tussenuitspraak
De herstelpoging van het Uwv ten aanzien van het gebrek
De reactie van eiseres op de herstelpoging
Het eindoordeel van de rechtbank
.[B] heeft hierover in zijn rapport van 2 juli 2024 opgemerkt dat uit de gegevens niet duidelijk wordt wat nu precies bij de ex-werknemer stress geeft en dat de door de ex-werknemer geuite klachten met betrekking tot het geheugen en concentratievermogen niet zijn geobjectiveerd. In reactie hierop heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd toegelicht dat het bekend is dat de ex-werknemer klachten kent die zijn lichamelijke klachten deels ook kunnen doen verergeren. Ook om die reden is hij beperkt geacht op het vlak van het persoonlijk en sociaal functioneren. De rechtbank kan ook deze toelichting volgen. Het enkele gegeven dat [B] de situatie vanuit zijn rol als medisch adviseur van eiseres anders beoordeelt dan de verzekeringsartsen van het Uwv, maakt niet dat de rechtbank aan die informatie de betekenis toekent die eiseres daaraan verbonden zou willen zien. Daarbij betrekt de rechtbank dat in de medische stukken geen aanknopingspunten zijn te vinden om het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voor onjuist te houden of te oordelen dat de belastbaarheid van de ex-werknemer op het psychisch vlak zijn overschat.