Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Dienst Toeslagen om haar aanvraag tot overname van schulden af te wijzen, omdat de betreffende leningen niet opeisbaar zijn. De rechtbank oordeelt dat opeisbaarheid een vereiste is volgens artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) en dat het causale verband met de toeslagaffaire niet relevant is voor de beoordeling van de overname van schulden.
Eiseres betoogt dat het vereiste van opeisbaarheid niet verenigbaar is met het doel van de regeling, die gericht is op een nieuwe start voor gedupeerden, en wijst op onbillijke gevolgen en het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank benadrukt echter dat zij niet bevoegd is om wetten aan algemene rechtsbeginselen te toetsen en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor het criterium opeisbaarheid.
De rechtbank stelt vast dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Hoewel eiseres financiële en gezondheidsproblemen aanvoert, zijn deze niet concreet onderbouwd in het dossier. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en bevestigt dat de regeling niet bedoeld is om gedupeerden volledig vrij te stellen van hun schulden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor Dienst Toeslagen niet hoeft over te gaan tot schuldenovername en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.