Uitspraak
(gemachtigde: mr. R. Schreudering)
de burgemeester van de gemeente Baarn , de burgemeester
: [verhuurder] ,verhuurder
Inleiding
Beoordeling van de voorzieningenrechter
- een balletjes pistool Walther P99 (niet van echt te onderscheiden);
- twee vilmessen;
- een stroomstootwapen, pepperspray;
- twee luchtbuksen;
- twee boksbeugels;
- munitie (knalpatronen en simunition);
- (illegaal)vuurwerk, in de vorm van een Cobra 6;
- een verborgen verklikker;
- 56,67 gram harddrugs, waarvan 19,94 gram MDMA en 36,73 gram amfetamine;
- gripzakjes.
–en ook uit de uitspraak waar eiser in beroep naar verwijst - volgt inderdaad dat bij het enkele aanwezig hebben van drugs artikel 13b Opiumwet naar de letter van de tekst niet van toepassing is. Uit deze rechtspraak volgt echter ook dat wanneer in een woning een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen, de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Van een handelshoeveelheid drugs wordt gesproken als de aangetroffen hoeveelheid het door het Openbaar Ministerie gehanteerde criterium voor eigen gebruik van harddrugs van 0,5 gram overstijgt (of in het geval van softdrugs 5 gram). [4] Het is dan aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat de aangetroffen hoeveelheid softdrugs niet voor verkoop, verstrekking of aflevering (c.q. handel) aanwezig was. Indien dit door de betrokkene niet aannemelijk wordt gemaakt, is de burgemeester ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet in beginsel bevoegd om een woning te sluiten. Bij een geringe overschrijding van de hoeveelheid voor eigen gebruik kan onder omstandigheden een helder en consistent verklaren van de betrokkene over het eigen gebruik afdoende zijn om aan te nemen dat de drugs niet voor handel in de woning aanwezig was [5] .
Conclusie
Informatie over hoger beroep
voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.