Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 19 maart 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank wijst op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor soortgelijke zaken. De rechtbank neemt deze termijnen over en bepaalt dat verweerder uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een schriftelijke vooraankondiging moet doen en binnen twee weken daarna een besluit moet nemen.
Voor elke dag dat verweerder deze termijnen overschrijdt, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 218,75 en het betaalde griffierecht van € 50,-.
De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Vollebregt-Kuipers en griffier L. Beijerinck op 16 februari 2024. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.