Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 29 april 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, wat niet in geschil is. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen alsnog binnen de gestelde termijnen een vooraankondiging en een besluit te nemen.
De rechtbank volgt de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 augustus 2023 vastgestelde nadere beslistermijnen voor zaken in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen. Omdat inmiddels twaalf weken zijn verstreken sinds het verweerschrift, geldt een termijn van uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak voor het doen van een vooraankondiging, gevolgd door een termijn van twee weken voor het nemen van een besluit.
Daarnaast is verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 100,- per dag dat de termijnen worden overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van € 218,75 en vergoeding van het betaalde griffierecht van € 50,-. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Vollebregt-Kuipers op 16 februari 2024.