Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
het primaire besluit) heeft het college een nieuw besluit genomen, dat in de plaats treedt van het besluit van 7 maart 2023. In het primaire besluit heeft het college eiser gelast om uiterlijk op 25 juli 2023 de gehele overkapping, waarmee wordt bedoeld het dak de schuifwanden en het rolscherm, te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per geconstateerde overtreding, met een maximum van één constatering per week, tot een maximum van € 20.000,--.
het bestreden besluit) heeft het college, conform dit advies, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.
Overwegingen
eenbestemming is het bouwwerk (als additionele voorziening) ook toegestaan als onderdeel van de bestemming ‘Wonen’. Volgens eiser is het bouwwerk ook ondergeschikt aan de bestemming ‘Wonen’, omdat het conform de bouwregels die gelden voor gronden met de bestemming ‘Verkeer’ is gebouwd. Artikel 4.2.2 van de planregels bepaalt namelijk dat gebouwen op gronden met de bestemming ‘Verkeer’ uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak en met inachtneming van de ter plaatse aangegeven aanduidingen, mogen worden gebouwd. Het bouwwerk is binnen het bouwvlak gebouwd en voldoet ook aan de maximaal toegestane bouwhoogte van 7 meter, nu het slechts 6,5 meter hoog is.
eenbestemming is gekozen, betekent niet dat additionele voorzieningen zouden zijn toegestaan als onderdeel van - en ondergeschikt aan - alle mogelijke bestemmingen. Het moet uiteraard wel gaan om
de ter plaatse geldendebestemming. Omdat additionele voorzieningen op grond van het bestemmingsplan echter niet alleen op gronden met de bestemming ‘Verkeer’, maar ook op gronden met de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Groen’ zijn toegestaan, is gekozen voor
eenbestemming. De rechtbank vindt artikel 1.7 van de planregels op dit punt niet onduidelijk. Het bouwwerk is gebouwd ter plaatse van de bestemming ‘Verkeer’. Dat het bouwwerk geen additionele voorziening is als onderdeel van - en ondergeschikt aan - de bestemming ‘Verkeer’ is tussen partijen niet in geschil. Naar het oordeel van de rechtbank is het college dan ook terecht tot de conclusie gekomen dat het bouwwerk in strijd is met artikel 4.1 van de planregels. Er is geen omgevingsvergunning verleend om hiervan af te wijken. Dat betekent dat er sprake is van de overtreding van een wettelijk voorschrift, waar het college in de regel handhavend tegen móet optreden. De beroepsgrond slaagt niet.