ECLI:NL:RVS:2023:3287
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom voor verwijderen hok en waterbakken op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel legde aan verzoeker een last onder dwangsom op om diverse bouwwerken, waaronder een hok en waterbakken, op zijn perceel te verwijderen omdat deze zonder omgevingsvergunning buiten een bouwvlak zijn gebouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond, maar de Raad van State oordeelt dat het college niet heeft onderzocht of het hok en de waterbakken mogelijk zijn toegestaan onder een uitzondering in de planregels (artikel 35.2, onder b). Hierdoor is het besluit onzorgvuldig en dient het college een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State vernietigt het bestreden besluit voor zover het hok en de waterbakken betreft, schorst de last onder dwangsom voor deze bouwwerken tot zes weken na het nieuwe besluit, en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af voor de overige bouwwerken zoals de glazen kas en tunnelfolie kassen.
De proceskosten worden aan het college opgelegd en het griffierecht aan verzoeker vergoed. De uitspraak benadrukt dat handhaving gerechtvaardigd is bij overtredingen, tenzij sprake is van concrete zicht op legalisatie of onevenredigheid, wat hier deels geldt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd voor het hok en de waterbakken, en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.