Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar van 24 oktober 2022 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiser tijdig beroep heeft ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dit soort zaken. Op basis daarvan bepaalt de rechtbank dat verweerder uiterlijk binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.