Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag van 1 juli 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dergelijke zaken binnen de Wet hersteloperatie toeslagen.
De rechtbank legt verweerder op uiterlijk zes weken na verzending van deze uitspraak een schriftelijke vooraankondiging te doen en binnen twee weken daarna een besluit te nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijnen overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100 betalen, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 218,75) en het betaalde griffierecht (€ 50). Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.