ECLI:NL:RBMNE:2024:886
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling recht op aanvullende bijstand na eerdere CRvB-uitspraak
Deze bestuursrechtelijke procedure betreft het beroep van eisers tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, waarin het recht op (aanvullende) bijstand vanaf 26 juni 2019 is vastgesteld. Dit besluit is genomen ter uitvoering van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 24 januari 2023.
Het college heeft bij de vaststelling rekening gehouden met stortingen op de bankrekening van eiser in juni, juli en augustus 2019, die zonder duidelijke verklaring als inkomen zijn aangemerkt en op de uitkering in mindering zijn gebracht. Eisers voerden aan dat deze bedragen leningen waren voor levensonderhoud, maar konden dit niet aannemelijk maken volgens de vaste rechtspraak.
Verder stelde het college op basis van SUWINET-gegevens dat vanaf oktober 2019 inkomsten werden genoten en vanaf januari 2020 geen recht meer op bijstand bestond. Eisers betwistten dit, maar leverden geen onderbouwing en verschenen niet op de zitting.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat de stortingen leningen waren en geen bewijs hebben geleverd voor hun stellingen over inkomsten na oktober 2019. Het beroep wordt afgewezen en eisers krijgen geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het besluit tot vaststelling van het recht op aanvullende bijstand wordt ongegrond verklaard.