Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 9 februari 2023 tegen de definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is en draagt verweerder op binnen de wettelijke termijn alsnog een besluit op bezwaar te nemen.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2023, waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor soortgelijke zaken. Op basis hiervan geldt een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, met een minimum van zes weken na verzending van het vonnis, waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. In deze zaak is de uiterste datum vastgesteld op 29 april 2024.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 21 februari 2024.