Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 1 september 2022 tegen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft het verweerschrift ingediend op 31 maart 2023, waarna partijen geen gebruik maakten van hun hoorrecht. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen, conform de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde termijnen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Omdat het bezwaar samenhangend is en in één bezwaarschrift is ingediend, geldt slechts één dwangsom, vastgesteld op het maximumbedrag van € 1.442,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 218,75) en het betaalde griffierecht (€ 50,-). De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier M.L. Bressers op 20 februari 2024.