ECLI:NL:RBMNE:2025:12
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens langdurig verblijf in het buitenland en schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving sinds 2001 een bijstandsuitkering. Na een melding in 2021 ontstond het vermoeden dat zij niet woonde op het opgegeven adres en langdurig in Irak verbleef. Na onderzoek en het niet verschijnen bij gesprekken, werd de uitkering in september 2021 opgeschort en ingetrokken. Na bezwaar en hernieuwde toekenning per 12 oktober 2021, werd de bijstand in december 2023 opnieuw ingetrokken en teruggevorderd over de periode 12 oktober 2021 tot 30 november 2023.
Eiseres voerde aan dat verweerder op de hoogte was van haar verblijf in Irak sinds 2017/2018 en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De rechtbank oordeelde dat het verblijf vanaf oktober 2021 niet tijdig was gemeld, waardoor sprake is van schending van de inlichtingenplicht en strijd met het territorialiteitsbeginsel. Er was geen sprake van een acute noodsituatie die rechtvaardigt dat bijstand wordt verleend ondanks verblijf in het buitenland.
De rechtbank overwoog dat verweerder de terugvordering terecht heeft ingesteld en dat er geen dringende redenen zijn om hiervan af te zien. De financiële gevolgen worden in het invorderingstraject meegenomen, waarbij rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet en mogelijke kwijtschelding. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en het griffierecht niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.