De zaak betreft een vordering van een verhuurder, een besloten vennootschap, tegen twee huurders tot betaling van de eindafrekening van een gehuurde woning. De eindafrekening omvat huur, servicekosten en verwarmingskosten. De huurders betwisten het bedrag van de verwarmingskosten.
De kantonrechter toetst ambtshalve de huurovereenkomst en algemene voorwaarden op oneerlijke bepalingen, waarbij alleen de bepaling over buitengerechtelijke incassokosten als oneerlijk wordt vernietigd. De overige bepalingen, waaronder die over huurverhoging, servicekosten, verwarmingskosten en rente, worden als eerlijk beoordeeld.
De huurders worden veroordeeld tot betaling van het grootste deel van de eindafrekening, inclusief huurachterstand en servicekosten, maar niet het geschatte bedrag voor verwarmingskosten over 2023/2024 omdat dit niet op meterstanden is gebaseerd. Tevens moeten zij wettelijke rente betalen vanaf 10 mei 2024. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de huurders opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.