Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Inleiding
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkzaam als gastvrouw, meldde zich in april 2020 ziek vanwege hielspoor en bekkenpijn. Na toekenning van een WIA-uitkering in maart 2022 op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid, vond een herbeoordeling plaats die het percentage terugbracht naar 30,36%. Het UWV beëindigde daarop de uitkering per 1 mei 2023. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank beoordeelde de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV, waaronder aanvullend onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Ondanks de door eiseres aangevoerde klachten en aanvullende medische informatie, concludeerde de rechtbank dat de rapporten zorgvuldig en logisch waren opgesteld en de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De arbeidskundige beoordeling toonde aan dat de geselecteerde functies passend waren binnen de draagkracht van eiseres.
De rechtbank verwierp de stelling dat er andere aspecten speelden die de geschiktheid van functies zouden beïnvloeden, zoals bedoeld in artikel 9 onder Pro e van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering per 1 mei 2023 wordt ongegrond verklaard.