ECLI:NL:CRVB:2014:864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen weigering WIA-uitkering en terugvordering voorschot
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV waarin een WIA-uitkering werd geweigerd en voorschotten werden teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege schending van het hoorrecht, vernietigde de besluiten, maar handhaafde de rechtsgevolgen na een hoorzitting. In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV onvoldoende heroverweging had verricht, mede gezien nieuwe medische informatie.
De Raad overweegt dat het UWV appellant inderdaad onvoldoende gelegenheid bood tijdens de bezwaarprocedure, maar dat dit gebrek is hersteld door de latere hoorzitting. De medische informatie is door de bezwaarverzekeringsarts beoordeeld en sluit aan bij eerdere rapportages, waarbij de functionele mogelijkheden van appellant niet zijn onderschat. De voorgehouden functies zijn passend, en de beperkingen in samenwerking en conflicthantering worden niet overschreden.
Het beroep van appellant op het Schattingsbesluit faalt, omdat hij op de datum in geding nog geen gebruik maakte van een scootmobiel en de beperkingen niet zodanig zijn dat een werkgever redelijkerwijs geen arbeidsovereenkomst kan aangaan. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en laat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand blijven en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.