Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat deze procedure over?
3.Wat aan dit vonnis vooraf ging
4.De nadere beoordeling door de kantonrechter
€ 20,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van Billink B.V. tegen een consument die via een webwinkel aankopen deed met uitgestelde betaling. De gedaagde betaalde een deel van de schuld, maar bleef een bedrag van €190,35 plus €4,82 aan betaalkosten verschuldigd. Billink vorderde het openstaande bedrag vermeerderd met rente en incassokosten.
In een tussenvonnis werd Billink in de gelegenheid gesteld te onderbouwen of het krediet onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW valt. Billink stelde dat haar verdienmodel niet gebaseerd is op rente en incassokosten, maar op vergoeding van winkeliers. De kantonrechter oordeelde dat rente en incassokosten geen kredietkosten zijn, maar de betaalkosten wel, en dat deze betaalkosten met 1,39% van de koopprijs meer dan onbetekenend zijn.
Daarom valt het krediet niet onder de uitzondering en moet het worden beschouwd als een gewone consumentenkredietovereenkomst. De kantonrechter toetst ambtshalve de naleving van informatieplichten uit artikelen 7:60, 7:61 BW en artikel 4:34 Wft Pro, maar Billink leverde onvoldoende informatie. Hierdoor is niet voldaan aan openbare orde regels en wordt de kredietovereenkomst vernietigd.
De consument hoeft daardoor geen rente, incassokosten of betaalkosten te betalen. De koopovereenkomst blijft bestaan, maar de informatieplicht over het herroepingsrecht is niet correct nageleefd, waardoor de betalingsverplichting wordt verminderd met 20%. De gedaagde moet €138,28 betalen en de proceskosten van €303,54.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.M. van Wegen en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De consument wordt veroordeeld tot betaling van €138,28 en proceskosten, met vernietiging van de consumentenkredietovereenkomst wegens niet-naleving van informatieplichten.