Eiseres sloot op 8 januari 2021 een overeenkomst met gedaagde voor de koop en plaatsing van een chalet inclusief tuinhuis ter waarde van €42.606,58. Nadat gedaagde het tuinhuis niet kon leveren, werd dit bedrag verminderd met €4.950,- en overeengekomen dat eiseres zelf een tuinhuis zou aanschaffen. Het chalet werd op 29 april 2022 geleverd, maar vertoonde diverse gebreken die door gedaagde werden erkend.
Eiseres meldde de gebreken meerdere malen en stelde gedaagde in gebreke, maar herstel bleef uit. Gedaagde bood pas in januari 2024 aan de gebreken in maart 2024 te herstellen, wat te laat werd geacht. De kantonrechter oordeelde dat de gebreken van dien aard waren dat ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is, ondanks de bewoning van het chalet door eiseres.
De ontbinding leidt tot ongedaanmaking van de prestaties. Gedaagde moet €33.545,- terugbetalen en de waarde van de ingeruilde occasion van €4.111,58 vergoeden. Daarnaast worden deskundigenkosten (€1.864,36), kosten voor afvoer sloopafval (€92,61) en buitengerechtelijke incassokosten (€1.367,32) toegewezen. De vordering voor vergoeding van een duurder tuinhuis wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.