ECLI:NL:RBMNE:2025:2291
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over zorgvuldigheid medische beoordeling bij weigering WIA-uitkering
Eiseres, werkzaam als beheerder/administratief medewerkster, meldde zich ziek per 26 oktober 2018 en vroeg op 14 augustus 2020 een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering per einde wachttijd 23 oktober 2020, omdat eiseres meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling niet zorgvuldig was.
De rechtbank stelde vast dat het UWV de beoordeling baseerde op rapporten van een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, maar dat de primaire arts geen geregistreerd verzekeringsarts was en de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen spreekuurcontact had gehad met eiseres. Dit laatste is volgens vaste rechtspraak wel vereist tenzij gemotiveerd kan worden waarom dat niet nodig is.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd is. Daarom wordt het UWV opgedragen binnen vier weken het gebrek te herstellen door een motivering te geven waarom een spreekuurcontact niet nodig was of door eiseres alsnog op te roepen voor een spreekuur. De uitspraak houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het UWV moet de medische beoordeling binnen vier weken herstellen; verdere beslissing wordt aangehouden.