Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
- 5 december 2024 – pro forma;
- 16 januari 2025 – inhoudelijke behandeling.
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
iets in haar gezicht wilde maken qua litteken om iets achter te laten’. De rechtbank acht het onverteerbaar dat verdachte in dit voornemen lijkt te zijn geslaagd.
- het pro justitia rapport van psychiater J.C. Laheij van 14 augustus 2024;
- het pro justitia rapport van psycholoog R. Bout van 15 augustus 2024;
- het rapport van de reclassering van 27 september 2024, van C.E. Tempelman, reclasseringswerker.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
een gevangenisstraf van 3 jaar;
ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] (feiten 2, 3 en 4) toe tot een bedrag van € 12.500,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2023 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 12.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 97 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;