Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Waar het in deze zaak om gaat
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
12 januari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft de chaletmoord in Ermelo waarbij de verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan brandstichting en poging tot verbranding van een lijk. Het hof had bewezen verklaard dat de verdachte zijn auto en een jerrycan benzine ter beschikking stelde voor het plegen van de brandstichting.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van twee medeverdachten, die zich op hun verschoningsrecht beroepen en niet door de verdediging konden worden ondervraagd, niet als bewijs mochten worden gebruikt zonder voldoende steunbewijs. Het hof oordeelde echter dat de verklaringen van deze twee getuigen elkaar onderling ondersteunden en dat de bewezenverklaring niet in beslissende mate op deze verklaringen steunde.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat steunbewijs voor verklaringen van niet-ondervraagde getuigen niet kan worden gevonden in andere niet-ondervraagde getuigenverklaringen. Het hof heeft een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd door te oordelen dat de verklaringen elkaar konden ondersteunen als steunbewijs. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een eerlijk proces en het recht van de verdediging op een behoorlijke en effectieve ondervraging van getuigen, en benadrukt dat steunbewijs uit andere bewijsmiddelen moet komen. De zaak wordt opnieuw behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.