Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., eiseres
[derde belanghebbende](ex-werknemer van eiseres).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen een eigenrisicodragende werkgever en het UWV over de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag van een ex-werknemer in het kader van de Ziektewet. Het UWV kende een ZW-uitkering toe met ingang van 3 oktober 2022 en legde de kosten daarvan bij de werkgever neer. De werkgever betwistte deze datum en stelde dat het UWV onzorgvuldig heeft gehandeld bij de vaststelling.
De rechtbank oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom 3 oktober 2022 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag moet gelden. De medische rapporten van verzekeringsartsen bevatten geen expliciete beoordeling van die datum als eerste dag van arbeidsongeschiktheid. Ook is er geen andere medische informatie die deze datum ondersteunt. De rechtbank wijst erop dat het risico van onduidelijkheid bij late ziekmeldingen voor rekening van de werknemer blijft, maar het UWV moet wel zorgvuldig en inzichtelijk motiveren.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij een verzekeringsarts onderzoek moet doen naar de juiste eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Tevens moet het UWV rekening houden met de feitelijke werkzaamheden en beperkingen van de werknemer op dat moment. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet het UWV het griffierecht en de proceskosten van de werkgever vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.