Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2025 in de zaken tussen
[eiser] en [eiseres], uit [woonplaats], eisers
Inleiding
1 oktober 2023 weer betaalbaar gesteld onder aftrek van inkomsten. Over de maand oktober 2023 heeft het college vastgesteld dat eisers geen recht hebben op bijstand. Over de maand november 2023 heeft verweerder eisers gekort op hun bijstand.
Beoordeling door de rechtbank
30 september 2023 bestaat volgens het college over bepaalde maanden geen recht op bijstand omdat is gebleken dat eisers konden beschikken over inkomsten die boven de voor hen geldende bijstandsnorm lagen, over bepaalde maanden is het recht op bijstand herzien vanwege inkomsten in die maanden en over bepaalde maanden kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. In totaal is een bedrag van € 58.720,58 teruggevorderd.
12 maart 2024.
€ 2.144,35 aan inkomsten hebben ontvangen. Dit bedrag is hoger dan de geldende bijstandsnorm. Over de maand november 2023 hebben eisers een bedrag van € 300,- aan inkomsten ontvangen. Dit bedrag wordt gekort op de bijstandsuitkering van eisers over die maand.
4 oktober 2023 heeft eiser een bedrag van € 284,35 op zijn rekening ontvangen van Ruad Audiovisual Solutions B.V. Eiser heeft op zitting ook erkend dat dit bedrag in mindering op hun bijstand moet worden gebracht. Daarnaast hebben eisers in oktober en november 2023 bedragen van de moeder van eiser op hun rekening ontvangen. De stelling van eisers dat het ging om leningen om in het levensonderhoud te kunnen voorzien, leidt niet tot een ander oordeel. Een geldlening is in artikel 31, tweede lid, van de Pw niet uitgezonderd van het middelenbegrip. Bovendien worden periodieke betalingen van derden, waaronder familieleden, aan een betrokkene als inkomen aangemerkt als hij daarover vrij kan beschikken en maakt de vorm van die betalingen geen verschil. De bijschrijvingen op de bankrekening van eisers voldoen niet aan de voorwaarden om te kunnen worden aangemerkt als leningen voor levensonderhoud. Bij de bijschrijvingen op de bankrekening van eisers staat vermeld dat het gaat om een lening, maar er is niet vermeld waarvoor deze lening bedoeld is. Eiser heeft geen leenovereenkomst overgelegd, waardoor het niet duidelijk is of er sprake is van een terugbetalingsverplichting. [3]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M. van Ettikhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
23 april 2025.