ECLI:NL:CRVB:2020:532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- G.M.G. Hink
- P.J. Huisman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bijschrijvingen op bankrekeningen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en had een inwonende minderjarige zoon. Tijdens een rechtmatigheidsonderzoek werden bijschrijvingen op de bankrekeningen van appellante en haar zoon vastgesteld, afkomstig van haar ex-partner en meerderjarige dochters. Het college herzag de bijstand en vorderde terug wegens deze bijschrijvingen die als inkomen werden beschouwd.
De Centrale Raad oordeelde dat appellante beschikte over de tegoeden op de rekening van haar zoon, ondanks dat deze op zijn naam stond, en dat de bijschrijvingen op haar eigen rekening eveneens als inkomen moesten worden aangemerkt. Appellante kon niet aannemelijk maken dat het om leningen of giften ging. De Raad verwierp haar bezwaren en bevestigde dat het college terecht de bijstand had herzien en teruggevorderd.
De Raad concludeerde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door de bijschrijvingen niet te melden en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde bijschrijvingen op bankrekeningen.