De zaak betreft een vergunning verleend aan [onderneming] voor het aanleggen van een laadstation met acht laadplekken op verzorgingsplaats De Aalscholver aan de A6 in Lelystad, geldig tot 17 november 2031. [onderneming] en Fastned hebben tegen deze beperkte looptijd beroep ingesteld. [onderneming] stelde dat de looptijd onterecht beperkt is, verwijzend naar haar 99-jarige concessie voor het wegrestaurant en Europese regelgeving zoals de Dienstenrichtlijn, AFIR en EPBD III.
De rechtbank oordeelt dat de publiekrechtelijke vergunning op grond van de Wbr losstaat van de privaatrechtelijke concessie en dat de minister de looptijd terecht heeft beperkt om nieuw beleid te implementeren gericht op een toekomstbestendige inrichting van verzorgingsplaatsen voor elektrisch laden in 2050. De beperking is volgens de rechtbank een proportioneel middel om de beleidsdoelen te bereiken en strookt met jurisprudentie over dwingende redenen van algemeen belang.
Fastned voerde aan dat de vergunning niet aan criteria voor aanvullende voorzieningen voldoet, onder meer vanwege verkeersveiligheid en afbreuk aan de uniforme opzet van de verzorgingsplaats. De rechtbank stelt vast dat de minister een verkeerskundige beoordeling heeft laten uitvoeren die geen veiligheidsrisico's constateert en dat Fastned onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. Ook het criterium dat de voorziening de in- en uitritten deelt, is niet van toepassing omdat het laadstation op een algemene parkeerplaats is gesitueerd.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst terugbetaling van griffierechten en proceskosten af. De vergunning blijft geldig tot 17 november 2031, waarmee de minister in redelijkheid heeft gehandeld.