ECLI:NL:RBMNE:2025:2834
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep inzake niet tijdig beslissen inzageverzoek FSV-gegevens met toekenning immateriële schadevergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens die in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) stonden. De minister had op 13 mei 2022 een besluit genomen, maar eiser stelde dat hij dit besluit niet had ontvangen en dat de minister te laat had beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat de minister binnen twee weken na de ingebrekestelling heeft beslist. Wel is vastgesteld dat het besluit niet op juiste wijze is bekendgemaakt, maar eiser heeft het besluit uiteindelijk ontvangen en de minister stemt in met een inhoudelijke beoordeling.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat het overzicht van FSV-gegevens niet onjuist of onvolledig is, ook al ontbreken de namen van betrokken ambtenaren. Het verzoek om schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige registratie wordt afgewezen omdat dit apart moet worden aangevraagd.
Eiser heeft recht op een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de behandeling van zijn zaak, die ruim negen maanden te lang heeft geduurd. Deze vergoeding wordt ten laste van de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) toegekend.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, wijst het beroep tegen het besluit ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige registratie af en kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het besluit ongegrond en eiser krijgt €1000 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.