ECLI:NL:RVS:2021:2425
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- R.J.J.M. Pans
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep inzake wijziging tenaamstelling kampeervergunning en niet tijdig beslissen
Bij besluit van 19 maart 2012 is aan appellant sub 1 een kampeervergunning verleend. In 2016 verzochten appellant en Agraforce het college om wijziging van de tenaamstelling van deze vergunning. Na diverse procedures, waaronder vernietiging van een besluit van het college wegens onterecht buiten behandeling stellen, werd uiteindelijk op 22 november 2018 een inhoudelijk besluit genomen waarbij de aanvraag werd afgewezen.
Appellant en Agraforce stelden beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep in eerste instantie kennelijk niet-ontvankelijk, maar in verzetprocedure werd dit herzien. De rechtbank oordeelde echter dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog niet-ontvankelijk was omdat het college binnen de wettelijke termijn had beslist.
In hoger beroep betoogden appellant en Agraforce dat de beslistermijn twee weken bedroeg, maar de Afdeling overwoog dat dit slechts een eenmalige termijn was gesteld door de rechtbank voor het eerste besluit en dat de wettelijke termijn van acht weken na vernietiging van het eerdere besluit van toepassing is. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen de gegrondverklaring van het verzet, maar de Afdeling verklaarde zich hiervoor onbevoegd vanwege het hogerberoepsverbod op verzetuitspraak. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de totale procedure nog geen vier jaar had geduurd.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde het college niet tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant en Agraforce is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.