ECLI:NL:RVS:2020:1375
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding onrechtmatige gegevensverstrekking Belastingdienst
De zaak betreft hoger beroep van de minister van Financiën en incidenteel hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De rechtbank had het beroep van appellant tegen het afwijzen van zijn verzet tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens ongegrond verklaard, maar de minister veroordeeld tot schadevergoeding wegens onrechtmatige verstrekking van inkomensgegevens door de Belastingdienst over de jaren 2013, 2014 en 2015.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het verzet van appellant terecht is afgewezen omdat hij geen bijzondere persoonlijke omstandigheden heeft aangevoerd die het verzet gerechtvaardigd maken. Verder oordeelt de Afdeling dat de bestuursrechter op grond van het toepasselijke oude recht (voor 1 juli 2013) en de uitzonderingen voor de Belastingdienst niet bevoegd is om schadevergoeding toe te kennen in deze zaak. De rechtbank heeft de minister ten onrechte tot schadevergoeding veroordeeld en het verzoek om schadevergoeding had bij de burgerlijke rechter moeten worden ingediend.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond. Het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de minister tot schadevergoeding veroordeelde wordt vernietigd. Voor het overige wordt de uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding door appellant wordt afgewezen.