Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2025 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug
[derde belanghebbende] B.V.uit [plaats] (de vergunninghouder).
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, omwonenden van de locatie waar jaarlijks vuurwerk wordt verkocht, maakten bezwaar tegen de vergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug voor de verkoop van vuurwerk op 28, 29 en 30 december 2023. De vergunninghouder verkoopt al 20 jaar vuurwerk, maar sinds 2018 is er sprake van voortdurende bezwaren en handhavingsverzoeken van omwonenden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep van eisers ontvankelijk is en dat zij procesbelang hebben vanwege het repeterende karakter van de vergunningverlening. De toetsing richt zich op de vraag of het college de vergunning terecht heeft verleend en of de weigeringsgronden uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn toegepast.
De rechtbank stelt vast dat het college beoordelingsruimte heeft, maar dat het besluit onvoldoende inzicht geeft in de wijze waarop de openbare veiligheid wordt gewaarborgd, mede gelet op gewijzigde omstandigheden op het bedrijventerrein. Ook ontbreekt een integraal veiligheidsplan en is onvoldoende gemotiveerd hoe bezwaren van eisers zijn meegewogen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens motiveringsgebrek en vernietigt het besluit, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat de vergunningperiode is verstreken. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlening van de vuurwerkverkoopvergunning 2023 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.