ECLI:NL:RBMNE:2025:3346
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterecht terugvordering toeslag WIA-uitkering wegens onjuiste uitleg inlichtingenplicht
Eiser ontving vanaf 2012 een toeslag op zijn WIA-uitkering gebaseerd op de norm voor samenwonenden. Na het beëindigen van zijn relatie in 2017 en het uitschrijven van zijn partner uit de Basisregistratie Personen, stelde het UWV in 2023 vast dat eiser ten onrechte de toeslag ontving en besloot tot terugvordering en het opleggen van een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat hij de inlichtingenplicht niet had geschonden omdat de Regeling uitzondering inlichtingenplicht van toepassing is op adreswijzigingen zoals het uitschrijven van zijn partner uit de BRP. Het UWV verweerde zich met een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin werd gesteld dat wijzigingen in de leefsituatie gemeld moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte de schending van de inlichtingenplicht aannam, omdat artikel 4a van de Regeling duidelijk stelt dat voor adreswijzigingen in de BRP geen inlichtingenplicht geldt. De uitspraak van de CRvB betrof een andere situatie en leidt niet tot een andere uitleg. De rechtbank vernietigde daarom de bestreden besluiten en beval het UWV tot hernieuwde besluitvorming binnen zes weken.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De rechtbank zag geen aanleiding voor een bestuurlijke lus vanwege de fundamentele tekortkoming in de besluitvorming van het UWV.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten en beveelt het UWV tot hernieuwde besluitvorming binnen zes weken met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.