Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
‘bord op weg, onverlicht’en [verzoeker] :
‘bord op de weg, onverlicht, voorganger remt, ik kon niet meer uitwijken.’
‘Gemeente Schagen: Er stond een afsluitingsbord op een onverlichte weg, zonder waarschuwing of snelheidsbeperking. Gemeente was snel ter plaatse omdat meerdere mensen politie gebeld hadden over de onveilige situatie.’
1 en 2 reed over de WARMENHUIZERWEG, komende uit de richting van de N245. Voor 1 reed 2 in dezelfde richting. (…) 2 moest stoppen voor een verkeersbord met hek wat op de rijbaan stond van de doorgaande weg. Dit hekwerk stond in de duisternis zonder enige straatverlichting. Bij contact met de gemeente bleek dit hekwerk door de aannemer abusievelijk niet verwijderd te zijn, wat na het ongeval alsnog heeft plaatsgevonden. Het hekwerk was door de duisternis niet of nauwelijks te zien waardoor 2 een noodstop moest maken en 1 dat niet meer kon beremmen. Op dat moment was 1 niet
“De reden waarom ik naar de locatie van het ongeval was gestuurd was de volgende:
“Wij waren onderweg naar Warmenhuizen om een bestelling af te leveren namens New York Pizza, toen er het volgende gebeurde: ik moest hard remmen omdat er een onverlicht bord midden op de donkere weg stond. Vervolgens botste er een auto op ons. Ik heb het volgende gezien: Er was geen vooraankondiging met borden met snelheidsbeperkende maatregelen aanwezig zoals de gemeente dat aangeeft. Er waren op dat moment geen werkzaamheden bezig.”
“Eenmaal op de Warmerhuizerweg reed ik achter een New York pizza auto en hield ongeveer 3 seconde afstand omdat het donker was en er tevens ook lichte nevel aanwezig was.