Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- [adres 2] , verkocht op 22 maart 2023 voor € 2.400.000,-;
- [adres 3] , verkocht op 11 juni 2022 voor € 2.633.888,-;
- [adres 4] , verkocht op 6 juni 2022 voor € 1.815.000,-.
€ 1.802.000,-. Eiseres bepleit in beroep een waarde van € 1.599.000,-. Het verschil tussen de vastgestelde waarde en de bepleite waarde is € 203.000,-. Het financiële voordeel dat eiseres had kunnen bereiken als zij gelijk had gekregen bestaat uit dit verschil vermenigvuldigd met de percentages die worden gerekend voor de OZB (0,0857%) en de watersysteemheffing gebouwd (0,02092%). Dat zijn de enige heffingen op de aanslag die aan de hand van de WOZ-waarde worden berekend. Het totale financiële belang komt daarmee op € 216,44. Dit is minder dan de bagatelgrens van € 1.000,-. De rechtbank volstaat daarom met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.