De zaak betreft een vordering van een verzekeraar tegen een consument wegens niet-betaalde premie en bijkomende kosten. De gedaagde had een maandelijkse premie van €35,60 niet op tijd betaald, maar na aanmaning alsnog voldaan. De eisende partij vorderde daarnaast rente en incassokosten.
De kantonrechter stelde vast dat de premie een kernverplichting is en dat de betaling daarvan inmiddels had plaatsgevonden. De toetsing richtte zich op de gevorderde rente en incassokosten. De wettelijke rente was toewijsbaar over de periode van betalingsachterstand.
Het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden werd ambtshalve getoetst en als onredelijk bezwarend beoordeeld, omdat het niet voldeed aan de wettelijke vereisten zoals het ontbreken van een veertiendagenbrief en de wettelijke limieten voor incassokosten. Hierdoor werd het beding vernietigd en de vordering van incassokosten afgewezen.
De kantonrechter veroordeelde de gedaagde tot betaling van €0,64 rente en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.