Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn bezwaar van 4 februari 2025 tegen de beslissing van 25 oktober 2024 over aanvullende compensatie. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op een zitting, waarna de rechtbank het onderzoek sloot.
De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en verweerder op 16 juni 2025 in gebreke was gesteld. Eiser diende vervolgens tijdig beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat verweerder alsnog binnen de wettelijke termijn een besluit moet nemen, met een maximale beslistermijn tot 30 oktober 2026.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 vanwege de overschrijding van de termijnen, en stelde de reeds opgelopen dwangsom vast op €1.442. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.