ECLI:NL:RBMNE:2025:5276
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Durdabak
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag terecht herzien en teruggevorderd wegens overschrijding vermogensgrens
De zaak betreft de herziening en terugvordering van huurtoeslag over het jaar 2023 aan eiseres, die bezwaar maakte tegen het besluit van Dienst Toeslagen. De huurtoeslag was toegekend maar later herzien nadat bleek dat het vermogen van eiseres de wettelijk vastgestelde vermogensgrens overschreed. Eiseres stelde dat het vermogen slechts minimaal werd overschreden door een ontslagvergoeding en dat terugvordering daardoor onevenredig zou zijn.
De rechtbank overwoog dat de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) van toepassing is en dat de vermogensgrens een harde grens is waar Dienst Toeslagen geen discretionaire ruimte heeft. De vaststelling van het vermogen door de Belastingdienst was bindend. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dat ook een geringe overschrijding leidt tot terugvordering.
Hoewel de rechtbank begrip had voor de persoonlijke omstandigheden van eiseres, oordeelde zij dat deze geen bijzondere omstandigheden vormen die matiging van de terugvordering rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het teruggevorderde bedrag inclusief rente bleef verschuldigd. Eiseres kreeg het griffierecht niet terug.
Uitkomst: De huurtoeslag is terecht herzien en teruggevorderd wegens overschrijding van de vermogensgrens, het beroep wordt ongegrond verklaard.