ECLI:NL:RBMNE:2025:5327

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 september 2025
Publicatiedatum
15 oktober 2025
Zaaknummer
24/2237
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zakenArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen procesbelang voor huurder bij beroep tegen WOZ-waarde woning

Eiseres, huurder van een woning, stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van die woning voor het belastingjaar 2023. De heffingsambtenaar had de waarde aanvankelijk vastgesteld op €267.000,- en deze na bezwaar verlaagd naar €259.000,-. Eiseres nam niet deel aan de zitting en reageerde niet op verzoeken om haar procesbelang aan te tonen.

De rechtbank oordeelde dat eiseres als huurder geen procesbelang heeft bij het beroep, omdat de WOZ-waarde niet de heffingsmaatstaf vormt voor belastingen die aan haar worden opgelegd. De afvalstoffenheffing is een vast bedrag en niet afhankelijk van de WOZ-waarde. Ook andere directe financiële gevolgen van de WOZ-waarde voor eiseres zijn niet gebleken.

Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd de zaak niet inhoudelijk behandeld. Eiseres kreeg geen teruggaaf van griffierecht en geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.W.A. Schimmel op 8 september 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2237

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , verweerder

(gemachtigde: I.K. Beek).

Procesverloop

1.1
In de beschikking van 22 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 267.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022.
1.2
Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van
29 december 2023 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning verlaagd naar € 259.000,-.
1.3
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 13 augustus 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiseres heeft, zonder bericht van afmelding, niet deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

Feiten
2. De woning is een in 1981 gebouwde maisonnette. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 86 m². Eiseres is huurder van de woning. De eigenaar van de woning is Stichting De Alliantie.
Beoordeling van het geschil
3. De rechtbank beantwoordt in deze uitspraak de vraag of eiseres als huurder van de woning procesbelang heeft bij dit beroep. Een beroep moet namelijk niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen procesbelang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, de indiener niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen zoals die met betrekking tot proceskosten en griffierecht. Uit het arrest van de Hoge Raad van 8 maart 2024 volgt dat dit ook geldt bij procedures waarbij iemand beroep instelt tegen een aan hem of haar gerichte WOZ-beschikking. [1] Het is verder aan de indiener van het rechtsmiddel om aannemelijk te maken dat hij of zij een procesbelang heeft.
4. In dit geval oordeelt de rechtbank dat eiseres geen procesbelang heeft. Eiseres is de huurder van de woning waar de WOZ-beschikking op ziet, zodat de WOZ-waarde niet de heffingsmaatstaf vormt voor aan eiseres op te leggen belastingen. Op het aanslagbiljet staan namelijk alleen de hoogte van de WOZ-waarde en de hoogte van de aanslag afvalstoffenheffing vermeld. Op het aanslagbiljet staat dat de afvalstoffenheffing uit een vast bedrag bestaat. De hoogte van de aanslag is dus niet afhankelijk van de WOZ-waarde. Ook overigens is niet gebleken dat eiseres als huurder van de woning op een andere manier een direct financieel gevolg ondervindt bij een wijziging van de vastgestelde WOZ-waarde. Eiseres is bij brief van 31 juli 2025 door de rechtbank gevraagd aan te geven wat haar procesbelang is en dat nader te onderbouwen. Daarop heeft eiseres niet gereageerd. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij een procesbelang heeft.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van procesbelang. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.A. Barmentlo, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
8 september 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:238.