Eiser is eigenaar en verhuurder van een woning waarin op twee momenten een hennepplantage werd aangetroffen. Na de eerste vondst legde de burgemeester een last onder dwangsom op, waarbij eiser een dwangsom van €50.000,- moest betalen als opnieuw drugs in de woning werden aangetroffen.
Na een tweede vondst in juni 2023 vorderde de burgemeester de dwangsom in, maar eiser betwistte dit en ging in bezwaar. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelde of eiser als overtreder kon worden aangemerkt. De kernvraag was of eiser de overtreding had aanvaard, een vereiste voor invordering van de dwangsom.
De rechtbank oordeelde dat eiser weliswaar beschikkingsmacht had over de woning, maar dat hij de overtreding niet had aanvaard. De burgemeester had onvoldoende onderbouwd dat eiser op de hoogte was van de hennepplantage, mede omdat de vermeende hennepgeur was gebaseerd op een anonieme melding en niet concreet aan eiser kon worden toegerekend.
Eiser had bovendien adequaat gehandeld door een incassobureau in te schakelen, een ontruimingsprocedure te starten en regelmatig te proberen de woning te inspecteren. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waardoor eiser de dwangsom niet hoeft te betalen. Daarnaast krijgt eiser griffierecht en proceskosten vergoed.