ECLI:NL:RVS:2024:267
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens onrechtmatige omzetting woonruimte in Amsterdam
Appellant is sinds 2016 eigenaar van een woning in Amsterdam die zonder vergunning is omgezet van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimten. Het college legde een bestuurlijke boete van €18.000 op wegens overtreding van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De kern van het geschil is of appellant als functioneel dader kan worden aangemerkt. Appellant stelde dat hij een professionele beheerder had ingeschakeld die vier keer per jaar controles uitvoerde, en dat hij redelijkerwijs niet meer kon doen om de overtreding te voorkomen. Het college en de rechtbank vonden dat appellant onvoldoende toezicht hield en de overtreding aanvaardde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant niet als functioneel dader kan worden aangemerkt omdat hij het beheer had uitbesteed aan een professionele partij die controles uitvoerde, waarbij fouten in de rapportage aan appellant niet aan hem te wijten zijn. De boete is daarom ten onrechte opgelegd en wordt vernietigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De boete van €18.000 wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte wordt vernietigd omdat appellant niet als functioneel dader kan worden aangemerkt.