ECLI:NL:RBMNE:2025:5511

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
22 oktober 2025
Zaaknummer
25/4608
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders van Almere aan een vergunninghouder was verleend. Tevens heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank. Nadat de vergunninghouder het college verzocht zijn vergunning in te trekken, heeft verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht het college te veroordelen in de gemaakte proceskosten.

De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, omdat voldoende informatie beschikbaar was. Volgens de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan proceskostenvergoeding worden toegekend indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het verzoek.

In deze zaak was de intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening niet het gevolg van een tegemoetkoming door het bestuursorgaan, maar van het verzoek van de vergunninghouder om zijn vergunning in te trekken. Daarom is er geen grond om het college te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan niet aan verzoeker is tegemoetgekomen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4608
uitspraak van de voorzieningenrechter kamer van 17 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

(gemachtigde: Mr. Dr. G.P. Dayala)
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere (het college), verweerder
(gemachtigde: J.H. Swart).
Als derde-partij heeft aan de zaak deelgenomen:
[vergunninghouder] ,vergunninghouder.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Met het besluit van 8 juli 2025 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan vergunninghouder voor de omgevingsplanactiviteit aanleggen. Tegen deze omgevingsvergunning is door verzoeker bezwaar gemaakt bij het college en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank.
3. Op 10 september 2025 heeft vergunninghouder aan het college verzocht om zijn vergunning in te trekken. Daarop heeft verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en de rechtbank verzocht het college te veroordelen in de proceskosten die hij heeft gemaakt. Het college heeft niet gereageerd op het verzoek.

Overwegingen

4. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep of verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift of verzoeker om voorlopige voorziening is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
5. In dit geval heeft verzoeker zijn verzoek ingetrokken omdat vergunninghouder aan het college heeft verzocht om zijn vergunning in te trekken. Hieruit volgt dat er geen intrekking heeft plaatsgevonden omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet is gekomen. [1] Dit betekent dat er geen aanleiding is om het college te veroordelen in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt.
6. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.