In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van de woning door de huurster vanwege structurele te late betaling van huur, het ontstaan van huurachterstanden, overlast voor omwonenden en weigering mee te werken aan woninginspecties. Daarnaast vordert de verhuurder betaling van de huurachterstand.
De huurster erkent de wanbetalingen en huurachterstanden, maar betwist overlast en weigering van inspecties. Zij verzet zich tegen ontruiming en wijst op haar persoonlijke belangen bij behoud van de woning.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder een spoedeisend belang heeft bij ontruiming vanwege het patroon van wanbetaling en het feit dat eerdere kansen tot verbetering niet zijn aangegrepen. Ook de overlast en weigering van inspecties wegen mee. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de ontruimingsvordering met een termijn tot 1 december 2025.
De vordering tot betaling van de huurachterstand wordt afgewezen omdat onvoldoende vaststaat dat er nog een achterstand is. De verhuurder heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan de vereiste aanmaningsbrieven is voldaan en de huurster heeft recent betalingen gedaan.
De huurster wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.