ECLI:NL:RBMNE:2025:5583
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen informatiebeschikking WOZ-waarde en weigering schadevergoeding redelijke termijn
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een informatiebeschikking van de heffingsambtenaar van de gemeente betreffende de WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2024. De heffingsambtenaar had eerst informeel om informatie gevraagd, waarna bij uitblijven van reactie een formele informatiebeschikking werd genomen. Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde en verzoekt tevens om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat de beroepsgronden van eiser onvoldoende concreet zijn en niet slagen. De rechtbank benadrukt dat de heffingsambtenaar op grond van artikel 47 Awr Pro gerechtigd is om informatie te vragen die relevant is voor de belastingheffing, zoals gesteld in het inlichtingenformulier. Eiser heeft tot op heden niet aan deze informatieverplichting voldaan.
De rechtbank geeft eiser een termijn van zes weken om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn van twee jaar tussen ontvangst bezwaarschrift en uitspraak niet is overschreden. Verder wijst de rechtbank een verzoek tot proceskostenveroordeling wegens vermeend misbruik van procesrecht af, omdat onvoldoende bewijs is voor kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door eiser of zijn gemachtigde.
Uitkomst: Het beroep tegen de informatiebeschikking wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.