ECLI:NL:RBMNE:2025:5607
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen opslag afval in containers in tuin wegens concreet zicht op legalisering
Eisers, de Utrechtse Bomenstichting en de Utrechtse stichting tegen Geluidsoverlast, verzochten het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om handhavend op te treden tegen de opslag van afval in containers in de tuin van een perceel waar horecabedrijven gevestigd zijn.
Het college wees dit verzoek af omdat er een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de containeropstelplaats was ingediend en het college voornemens was deze vergunning te verlenen. Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank bevestigde dat de opslag in strijd is met het omgevingsplan en erkende de overlast en schade aan bomen. Echter, omdat er sprake was van een reguliere vergunningaanvraag en een concreet zicht op legalisering, was het college bevoegd het handhavingsverzoek af te wijzen.
Eisers voerden aan dat onafhankelijk advies ontbrak en dat de relatie tussen het gemeentebestuur en vergunninghouder problematisch was, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren. Ook wees de rechtbank een verzoek tot proceskostenvergoeding af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het college, met de mogelijkheid voor eisers om bij intrekking van de vergunning opnieuw handhaving te verzoeken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege concreet zicht op legalisering.