ECLI:NL:RBMNE:2025:581
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstandsuitkering op grond van Bbz wegens overschrijding jaarnorm
Eiser ontving van 11 april 2022 tot en met 31 december 2022 een bijstandsuitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) en woonkostentoeslag (wkt). Het college besloot een bedrag van € 8.582,20 terug te vorderen omdat het netto jaarinkomen van eiser (€ 27.443,11) hoger was dan de jaarnorm (€ 18.722,20).
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde onder meer dat het inkomen over het eerste kwartaal 2022 niet meegeteld mocht worden en dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de berekening per volledig boekjaar. De rechtbank oordeelde dat het college terecht rekent met het volledige kalenderjaar en dat de stellingen van eiser niet konden worden bewezen.
Verder stelde eiser dat de terugvordering onevenredig was omdat hij na 52 jaar werken van zijn pensioen wilde genieten. De rechtbank vond dat het college een belangenafweging had gemaakt en dat de terugvordering proportioneel was. Wel was er sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, waardoor het college het betaalde griffierecht van € 51,- moest vergoeden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering van de bijstandsuitkering.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het college moet het griffierecht vergoeden.