ECLI:NL:RBMNE:2025:61
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugkoop oninbare facturen en boete op grond van factoringovereenkomst
Op grond van een factoringovereenkomst heeft de gedaagde twee facturen verkocht aan eiseres, waarbij de debiteur een derde onderneming was. De facturen betroffen betalingen voor beautyproducten die nog niet waren geleverd, waardoor de facturen oninbaar bleken.
De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde verplicht is de facturen terug te kopen tegen het aankoopbedrag van € 6.651,28, omdat zij de garanties uit de overeenkomst heeft geschonden door facturen te verkopen zonder dat de onderliggende goederen waren geleverd. Tevens moet de gedaagde een contractuele boete van hetzelfde bedrag betalen, aangezien zij in strijd met de overeenkomst heeft gehandeld.
De gevorderde boete wordt niet gematigd, ondanks het betoog van de gedaagde dat de boete disproportioneel zou zijn. Daarnaast moet de gedaagde buitengerechtelijke incassokosten betalen, maar deze worden gematigd tot het wettelijke tarief van € 707,56. De wettelijke handelsrente is niet van toepassing; in plaats daarvan wordt wettelijke rente toegekend vanaf de vervaldatum van de facturen.
Na verrekening van een eerdere betaling resteert een hoofdsom van € 5.329,42, waarover wettelijke rente verschuldigd is. De gedaagde wordt ook veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot terugkoop van facturen, betaling van een contractuele boete en proceskosten.