ECLI:NL:RBMNE:2025:6110

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/16/601251 / JE RK 25-1581
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder

Op 11 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland een beschikking gegeven in de zaak van een minderjarige, geboren in 2010, die eerder in een gesloten setting verbleef. De kinderrechter had eerder ongenoegen geuit over het uitblijven van een plek in een open setting, waardoor de minderjarige langer in een gesloten setting moest blijven. Gelukkig is er nu een plek gevonden in een open groep, wat tot opluchting heeft geleid bij alle betrokkenen, waaronder de minderjarige, de moeder en de jeugdbeschermers. De gemeente is verantwoordelijk voor de zorg dat de plaatsing kan doorgaan.

De kinderrechter heeft het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, tot 21 juni 2026, ingewilligd. De moeder van de minderjarige steunt het verzoek, hoewel ze zich zorgen maakt over de overgang en de begeleiding die de minderjarige nodig heeft. De minderjarige zelf is enthousiast over de overstap naar de nieuwe groep en waardeert de structuur en huisregels die daar gelden.

De kinderrechter heeft in haar beoordeling benadrukt dat de machtiging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, die al een jaar in een gesloten instelling verblijft. De kinderrechter heeft vertrouwen in de betrokken partijen om de plaatsing snel te realiseren, en heeft complimenten gegeven aan de minderjarige, de moeder en de jeugdbeschermers voor hun inzet. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/601251 / JE RK 25-1581
Datum uitspraak: 11 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt dhet verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 20 oktober 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [A] en [B] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter (een andere kinderrechter dan de kinderrechter die de zaak heeft behandeld) op 10 november 2025. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een gesloten groep ( [locatie] ) bij [instelling 1] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 juni 2024 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld. Bij beschikking van 21 juni 2024 is [minderjarige] definitief onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna verlengd tot 21 juni 2026.
2.4.
In de beschikking van 5 juli 2024 heeft de kinderrechter op verzoek van de GI een
spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van één week. De
kinderrechter heeft vervolgens bij beschikking van 12 juli 2024 op verzoek van de GI een
nieuwe spoedmachtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier
weken, namelijk tot 9 augustus 2024. In de beschikking van 17 juli 2024 heeft de
kinderrechter een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen
in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 9 augustus 2024 tot 21 juni 2025.
2.5.
In de beschikking 31 oktober 2024 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging
gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend. Hierna is bij beschikking van 13 november 2024
een aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend. Deze maatregel is daarna steeds opnieuw verleend, voor het laatst tot 21 december 2025.

3.Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het eens met het verzoek. De moeder vindt de overgang wel spannend, want [minderjarige] heeft nog veel begeleiding nodig. Zij wil graag dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over begeleiding, structuur en toezicht. De moeder ziet dat [minderjarige] enthousiast is en er klaar voor is om naar een open groep te gaan. Hij kan nu laten zien wat hij geleerd heeft.
4.2.
[minderjarige] is enthousiast over de mogelijkheid om over te stappen naar [instelling 2] . Hij ervaart de kleinschaligheid, rust en overzichtelijkheid van de nieuwe groep als positief. Hij vindt het prettig dat er duidelijke huisregels zijn en dat deze in overleg kunnen worden aangepast aan de persoonlijke situatie.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter zal de machtiging verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 21 juni 2026. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.
De toelichting
5.2.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.3.
[minderjarige] verblijft al een jaar in een instelling voor gesloten jeugdhulp. Eerder was [minderjarige] al klaar voor de stap naar een open setting, maar toen was er nog geen plek voor hem. Vervolgens is hij zij motivatie kwijtgeraakt en is het weer minder goed met [minderjarige] gegaan. De kinderrechter heeft in haar eerdere beschikking al haar ongenoegen geuit over het feit dat een passende plek, waar [minderjarige] zo hard voor had geknokt en waar hij bovendien recht op heeft niet beschikbaar was. [2] De kinderrechter is dan ook opgelucht dat er nu wel een passende plek voor [minderjarige] is, en dat [minderjarige] zich opnieuw heeft herpakt en gemotiveerd is om naar deze groep toe te gaan. Het is van groot belang dat hij die stap snel maakt zodat hij zijn motivatie behoudt en niet opnieuw verliest. De GI heeft tijdens de zitting verteld dat de gemeente nog geen akkoord had gegeven voor de plaatsing. De kinderrechter vertrouwt en rekent erop dat iedereen nu doet wat nodig is om [minderjarige] snel over te laten gaan naar zijn plek bij [instelling 2] . De kinderrechter vindt dat in de eerste plaats [minderjarige] zelf, maar ook de moeder van [minderjarige] en de jeugdbeschermers een groot compliment verdienen dat zij allemaal de schouders eronder hebben gezet, terwijl zij opliepen tegen ‘het systeem’.
5.4.
Brief aan [minderjarige]
Tegelijk met deze beschikking stuurt de kinderrechter een brief aan [minderjarige] waarin het volgende is opgenomen:
“Beste [minderjarige] ,
Je was eerder deze week bij de rechtbank en hebt toen gesproken met een andere kinderrechter. Ik vond het jammer dat het mij niet lukte om jou zelf te spreken, want eindelijk is het moment daar: je gaat naar een open plek! Eerder was je daar al aan toe maar was er nog geen geschikte plek. Ik vond dat voor jou heel erg vervelend en ook niet oké. Dus ik ben hartstikke blij dat die plek er nu dan wel is.
Ik hoorde dat je heel veel zin hebt in je verhuizing en dat kan ik me heel goed voorstellen. Je hebt ontzettend hard gewerkt om op dit punt te komen. Daar mag je echt trots op zijn. Op de open groep zullen er het vast soms ook nog dingen lastig zijn. Ik hoop dat het je ook dan lukt om jouw motivatie te houden en vast te houden aan de doelen die je voor ogen hebt om je leven weer echt op te kunnen pakken. Wat ik je dus eigenlijk wil zeggen: blijf je goed gedragen !
Ik vind dat jouw moeder het ook goed heeft gedaan door er voor je te zijn, ook op moeilijke momenten. En je jeugdbeschermers hebben hard hun best voor jou gedaan. Kortom, jullie hebben het allemaal goed gedaan!
Ik wens je alle goeds op je nieuwe plek, veel geluk!”
Uitvoerbaar bij voorraad
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 11 november 2025 tot 21 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025 door T. Dopheide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.D.J. Esders als griffier, en op schrift gesteld op 11 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.
2.Rechtbank Midden-Nederland 15 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5265.