In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedaan op 7 november 2025, is het beroep van eiseres gegrond verklaard. Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een beslissing van de Dienst Toeslagen over aanvullende compensatie, maar de Dienst Toeslagen had niet tijdig op dit bezwaar beslist. Eiseres had haar bezwaar op 10 maart 2025 ingediend, maar de beslistermijn was overschreden. De rechtbank stelde vast dat de Dienst Toeslagen in gebreke was gesteld op 3 september 2025 en dat het beroep pas op 27 september 2025 was ingediend, meer dan twee weken na deze ingebrekestelling. De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen alsnog een besluit moest nemen, met een termijn van uiterlijk 31 december 2026. Tevens werd er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de Dienst Toeslagen de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank bepaalde ook dat de dwangsom voor de eerste 42 dagen vastgesteld werd op € 1.442,-. Eiseres kreeg haar griffierecht van € 53,- vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over hun recht om in beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.